|
Een toilet, wc of watercloset is een onderdeel van het sanitair bedoeld voor wegspoelen van urine en ontlasting. Het woord toilet wordt zowel gebruikt voor het sanitair zelf als voor de ruimte waarin het sanitair staat. Het woord wordt ook gebruikt voor een kamer die alleen gebruikt wordt voor het toilet.
Een westers toilet heeft een toiletpot waar men op gaat zitten. Bij het urineren echter, blijven mannen meestal staan.
Het heeft een hogergelegen waterreservoir, dat bij leegstromen via een verticale buis de urine en ontlasting in de toiletpot wegspoelt. Het leegstromen gebeurt bij het trekken aan een ketting of touw, of het drukken op een knop (doortrekken). Er is een speciale constructie die ervoor zorgt dat het water in de uitgangssituatie niet wegstroomt maar bij het doortrekken wel (bijv. hevelwerking).
Het water in het reservoir wordt aangevuld via een kraan die bij een laag waterniveau automatisch opengaat, en bij een hoog niveau weer dicht.
Het afvalwater gaat verder door het riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Een waterslot (sifon) voorkomt stank vanuit het riool.
In het verleden en onder primitievere omstandigheden werd de ontlasting in een pot of emmer opgevangen of verdween in een gat in de grond, een moderne versie hiervan is het composttoilet.
Het woord toilet is afkomstig van het Franse toilette. Wc is de afkorting van het Engelse water closet letterlijk: waterkast. |